Dansoverzicht met dansnamen die tijdens optredens langs kunnen komen.

          

Pauladans: Is een opkomstdans. Vroeger was het een Keulnse slager uit 1929. Paula is een boeren deern den vrejen zo geern met een Tukkersjong. Zeet is hoe de veutkes goat met de fiedelop de moat.

Bernhard: Komt uit Engeland. Is van Ward & Swallow rond 1900. En wordt door vrschillende dansgroepen gedanst.   

Driekusman: De jong mag nich met het deernke goan. Va en moo dee wilt mie sloan maj nich meer met Driekus goan. Mer het kaump allemoal weer good.

Rozenwals: Over de oorsprong van de dans kunnen wij niets vinden. Het is een mooie bloem, net als een mooie vrouw je moet er voorzichtig mee zijn.

Hakke teen: Deze muziek komt uit Terschelling rond 1929. Maar de danspassen niet, op de Folkloredag in Borculo werd deze dans gebruikt voor een choreografie. Dat was op 25 Augustus.

Voorjaarsbode: Het voorjaar komt eraan. De bladeren komen aan de bomen en de boeren zijn druk op het land bezig.

Spaansewals: Is uit het begin van de 20ste eeuw en werd vaak op bruiloften gedanst.

Vot noar America: 1-2-3-4-5-6-7, waar is jan met de bruid gebleven is hij dan niet hier, is hij dan niet daar, is hij dan niet in Amerika. De opname komt uit Gorssel en dateert uit 1955. Men kent de dans in grote delen van Europa. In Duitsland onder de naam van Siebenschrit.

Plaggenwals: We vermoeden dat iedereen vroeger een moestuin had. Ze maken eerst een grup dan steken ze een plag en gooien ze in de grup. En zo maken ze het land om.

Klapdans: Of Jan schei toch uut want het dut mie zo zeer. Goa’s effe krom stoan zak oe met de klomp veur de kont sloan.

Pot met bonen: Oogst dans uit 1850. Hier wordt gedanst over de opbrengst van de bonen op het land. Als hier een pot met bonen staat en door een pot met brie dan loat ik brie en bonen stoan en dans met Marie.

Almelose kermis: De jongens en wichter gaan naar de kermis om te vieren en om elkaar te leren kennen.

Bonen opstekker: Graafschapse folkloredag te Borculo. Op 25 Augustus 1928 onder leiding van Emsbroek-Lammertink.

Kleine mólleke: Doet ons herinneren aan de vele molens in ons land. Ze houden de polders droog en pompen het water uit de laag gelegen Polder naar hoog gelegen gronden.

Hoksebarger: Is een gezelligheid dans hals geht nichts de titel Elo Jannoe. In Duitsland kent men de dans onder de titel Es geht nichts úber die gemútlichkeit. In Belgie en Frans Vlaanderen onder de titel Bonjour.

Bonen opstekker: Daar kan iedereen aan mee doen. Gemoedelijk

Veleta: Omstreeks 1900 uit Engeland naar Nederland gebracht. Ken ie de veleta nig mooier dan besteed er nig.

Kruuspolka:. Komt uit Bohemen rond 1850. Komt veel in Europa voor. O mien lieve zwartkop veul is hoe mien hart klopt. Veul is an mien linkerkant hoe mien hart van leefde braand

Ijspolka: Omstreeks 1850 overgebracht uit Duitsland in deze dans kan men zien hoe er geschaatst wordt.

Plaggewals: Twikkel wals ook wel Dinkel / Ijswals gaat om de rivieren de Dinkel en de Ijselwals.

Oale step: Of had je me maar, is van Cornelis de Gelder een lager geraakt figuur die sigaren verkocht. Hij zong dit lied in opdracht van een schouwburg directeur zo rond 1920 voor een nieuwe reveu. In 1931 kwam hij bij een ongeval bij leidschebosje om het leven.

Lot is dood: Lot is dood liesje licht op sterven dan valt er wat te erven. Een zien dood is een aander zien brood.

Riepe gerste: Is een oogst dans voor het eerst gedanst in 1934. Het gerst wordt met de hand gemaait korte stoppels laten ze staan. De jonge meisjes willen met de jongens vrijen maar oale knorrepot laten ze staan.

Goa weg ie: Goa weg, ik mag oe nig meer, kom bie mie. Kom bie mie ik mag oe zo géérn.

Het schuurtje: Wie sloapt vannacht in schuurtje holadi je holadi jo. Wie sloapt in stroo.

Zonnen bloem: In deze dans stellen de dansers een grote zonnebloem voor. Als de zon schijnt gaat die open.

Mazurka: Komt uit Polen omstreeks 1840. Werd veel gedanst in Europa.

Utrechtse schotse: Is naar een plaats in Nederland genoemd